 |
Beaphar Bogena Anti-Luchtpijpmijt voor vogels
De mijt, oternostoma tracheacolum, komt voor bij kanaries en Gould Amadinea, maar is ook aangetroffen bij overige prachtvinken, Japanse meeuwtjes, putters, zebravinken, muspapegaaien en grasparkieten.
Ziekteverschijnselen De mijten veroorzaken ontstekingen, mede doordat zij zich met hun klauwen vasthaken in slijmvliezen en bloed van de gastheer zuigen. Uitwendig ziet men enig verlies van conditie, wat bol in de veren zitten, verlies van stem (kanaries), ademhalingsstoornis met wat smakkende en piepende geluidjes. Met vrij regelmatige tussenpozen worden slikbewegingen gemaakt en ziet men wurgende pogingen om iets uit de luchtpijp omhoog te werken, waarbij vaak de kop zodanig bewogen word alsof de vogel iets wil wegslingeren. Bij zware infecties kunnen sterfgevallen optreden.
Aantonen van de luchtpijpmijt bij de levende vogel De mijten bevinden zich in de luchtpijp, de longen en de luchtzakken, ingebed in wat slijm. Als de mijten in de luchtpijp aanwezig zijn, kunt u deze soms bij de levende vogel waarnemen als u als volgt handelt. Maak de veren van de hals met water vochtig en veeg deze dan zodanig omhoog en omlaag, dat aan beide zijden van de hals een strook onbevederde huid vrijkomt. Door nu de halshuid naar de borstzijde uit te trekken, komt de luchtpijp in de huidplooi te liggen. Indien vervolgens de vogel voor een lampje houdt ziet u de mijten als zwart puntjes in de luchtpijp.
Hoe vindt de besmetting met de mijten plaats? Zowel de volièrevogels als vogels in de vrije natuur kunnen gedurende langere tijd dragers van de mijt zijn zonder ziek te worden. Op deze wijze kan ongemerkt de mijt in een vogelbestand ingebracht worden. Besmetting van de andere vogels vindt plaats door de jonge mijten die in de neusholte voorkomen. De besmetting kan rechtstreeks, via het drinkwater, via het voeder al bij het voederen van de jonge vogels door hun ouders overgebracht worden. Uitwendige omstandigheden, zoals een te hoge of een te lage luchtvochtigheid en temperatuur, voeder- of omgevingswisseling en sociale stress kunnen de ziekte plotseling acuut maken. Vanaf het besmet raken met de mijt kan het weken tot zelfs maanden duren voordat de ziekteverschijnselen optreden.
Bestrijding Luchtpijpmijt Om de luchtpijpmijt effectief te kunnen bestrijden is het van belang dat alle mijten, dus ook die in diepere gedeelten van het luchtzaksysteem of in de buikholte, worden bereikt. Vandaar dat Beaphar heeft gekozen voor het zogenaamde spot-on systeem. Hierbij wordt het werkzame middel direct op de huid aangebracht. De vloeistof dringt door de huid heen, wordt opgenomen in het bloed en doodt alle in het lichaam aanwezige mijten. Bij constatering van luchtpijpmijt of schurft dienen alle vogels in de voliere behandeld te worden. De dosering is 1 druppel per vogel (voor grasparkieten en zwaardere vogels wordt geadviseerd 2 druppels per vogel), aanbrengen op onbevederde huid in het halsgebied. Het is beslist noodzakelijk om de veertjes wat opzij te vegen en de druppel op de huid aan te brengen en dus niet op de veren, omdat anders het middel niet opgenomen kan worden via de huid. Om herbesmetting te voorkomen behandeling na 4 weken herhalen. Bij voorkeur vogels 1-2 maanden voor de kweekperiode behandelen (ter voorkoming van nestbesmetting)
Gebruiksaanwijzing: Aanbrengen op de huid in de nek van de vogel. Hierbij dienen de veren zo veel mogelijk opzij geduwd te worden. Breng de gehele inhoud van de pipet aan door 1x stevig in de pipet te knijpen. Tijdens het knijpen de pipet zo veel mogelijk over de ontblote huid bewegen, zodat de inhoud op een zo groot mogelijke huidoppervlakte verdeeld wordt.
Herhaling van de behandeling Om te voorkomen dat een vogel, die aan de aandacht ontsnapt is, de hele voliere weer opnieuw besmet, wordt geadviseerd de behandeling na 4 weken nog eens te herhalen. Omdat ook voeder- en drinkbakken en bakken waarin vogels baden bronnen van herbesmetting kunnen zijn, verdient het aanbeveling deze grondig te reinigen en te ontsmetten.
Opmerkingen: Niet alle verschijnselen van benauwdheid worden veroorzaakt door luchtpijp- en luchtzakmijten. Raadpleeg in twijfelgevallen uw dierenarts. Aangezien vogels besmet met luchtpijpmijt vaak ernstig verzwakt zijn, moet de behandeling met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd worden waarbij zoveel mogelijk stress voorkomen dient te worden.
Eigenschap: Vloeistof in druppelflacon Werkzame stof: Ivermectine 0,12% Inhoud: 10 ml, ruim voldoende voor ca. 250 vogels of voor 125 parkieten (en zwaardere vogels).
Koel en dronker bewaren, Buiten bereik van kinderen houden.
|
 |
|